Geen categorie

Kort feelgoodverhaal

Samen sterk

‘Shit, shit, nog eens dertig aanmeldingen. Dit gaan we niet trekken hoor.’ Ingrid laat haar hoofd op tafel zakken. De laatste tijd nemen de aanmeldingen toe, maar nog niet eerder kwamen er dertig extra in een week bij. 
‘Ik ben er!’ Haastig trekt Annika haar jas uit en geniet van het tintelende gevoel in haar oren, door de warmte binnen. Het is guur voor de tijd van het jaar. Ze loopt de kantine in en  ziet Ingrid met haar hoofd op tafel liggen en Henk die er wat verdwaasd bij staat.
‘Wat is er aan de hand?’ Ze kijkt van de een naar de ander.
‘Er zijn zoveel aanmeldingen, dit gaan we niet lang meer aankunnen. Kijk maar eens naar buiten, er staat al een lange rij mensen te wachten.’
‘Laten we die dan eerst maar gaan helpen Ing. Dan gaan we straks bespreken hoe we dit gaan doen.’
Beneden is het al een drukte van jewelste. Een aantal vrijwilligers zijn al begonnen met het inpakken van de producten. ‘Hey Annika! Kom mij helpen!’ Bert wenkt haar enthousiast. Hij staat aan het begin van het pad met groenten en fruit.
‘Laten we maar flink doorwerken Bert, dan kunnen die mensen snel naar huis, weet je hoe koud het buiten is?’
Ingrid opent de deuren en de groep mensen druppelt langzaam naar binnen, met de tassen stevig onder de arm geklemd. Een van de regels die ze hanteren bij deze voedselbank is zelf tassen meenemen, om zo min mogelijk plastic te hoeven te gebruiken. De mensen zijn oprecht blij met alles wat ze krijgen, maar kijken je nooit echt aan. Sommigen wel, die zijn de “schaamte” voorbij, maar de nieuwere families lopen vaak met gebogen hoofd.  Een meisje van een jaar of zestien kijkt wat angstig om haar heen. Ze draagt een dun vestje en houdt de tassen tegen zich aan in de hoop dat ze warmte geven, zo lijkt het. Zou ze geen jas hebben? Een verdrietig gevoel worstelt in Annika haar buik. Het is dankbaar werk, maar ook moeilijk en vooral confronterend. Iedereen kan het namelijk overkomen om naar de voedselbank te moeten gaan. Het meisje scheelt niet veel qua leeftijd met haar dochter Annabel en als ze die mag geloven dan is puber zijn enorm zwaar. Hoe zwaar moet het voor dit meisje dan zijn? Geen geld voor al het eten, dan is er vaak ook maar weinig kledingbudget. Annabel wil het liefste alleen maar merkkleding, sportkleding van Reinders, Dr. Martens schoenen enzovoort. Dat gaat met een klein budget echt niet…
‘Hoeveel personen mop?’ Annika schrikt op uit haar gedachten, het meisje staat twijfelachtig te wachten voor hun kraam. Bert is weer lekker zijn vage zelf. ‘Hij bedoelt hoe groot jullie gezin is. Dan kunnen we de hoeveelheid aanpassen.’
‘Oh.’ Dankbaar richt het meisje haar aandacht op Annika. ‘We zijn met zijn vijven, papa, mama, mijn twee jongere broertjes en ik.’ Ze pakt de groenten aan en stopt het in de meegenomen tassen. Ze kijkt steeds over haar schouder en wanneer ze alles heeft loopt ze met gebogen hoofd verder. Annika is dankbaar voor deze grote voedselbank, het was hard werken om ondernemers en supermarkten voor zich te winnen. Ze doneren nu allerlei voedsel wat tegen de houdbaarheid aan zit en de groenteboer levert zelfs standaard voor de gezinnen. Ze is benieuwd hoelang hij dat nog vol gaat houden. Door de crisis hebben de kleine ondernemers ook problemen en het aantal gezinnen dat zich aanmeldt bij de voedselbank blijft maar oplopen.
Rond de klok van twaalf sluiten ze de deuren. Een aantal vrijwilligers gaat direct naar huis, maar Ingrid, Annika, Bert en Henk gaan om tafel voor een spoedberaad. Er moet uitgezocht worden hoe ze alle monden kunnen blijven voeden. 
Vermoeid van de dag, steekt Annika drie uur later de sleutel in het slot. Na zo’n dag voelt ze zich zo bevoorrecht om in een mooi huis te wonen, waar de warmte je tegemoet komt en de koelkast gevuld is.
‘Mam, er is niets lekkers in huis. Haal je even wat.’
‘Ook hallo Annabel, je zoekt maar even wat anders. Wees blij dat er eten is.’
‘Oh nee he, hebben we weer een melodramatische bui na je vrijwilligerswerk? Misschien moet je daar eens mee kappen mam. Je komt daar vaak stront chaggi vandaan.’ 
Annika schopt haar schoenen uit en moet zich inhouden om niet uit te vallen tegen haar dochter. Ze is misschien een draak, maar ze laat zich inderdaad wel eens meeslepen met de problemen van anderen. Ze ziet het gezicht van het meisje weer voor zich. ‘Weet je wat jij volgende week gaat doen? Meehelpen. Zien dat het niet allemaal vanzelfsprekend is, verwend kreng.’ 
‘Eigen schuld, je roept zelf altijd, liever verwend dan verwaarloosd,’ roept Annabel over haar schouder terwijl ze de trap oploopt.
Met een zucht laat Annika zich op de bank vallen. Wat is het toch een bijdehandje. De vergadering was gelukkig succesvol, ze hebben telefonisch overleg gehad met de plaatselijke supermarkten en die zijn bereid om te blijven geven. De groenteboer wil graag het aantal blijven geven wat hij al deed, maar niet meer, in de hoop zelf het hoofd boven water te houden. Bizar wat een economische crisis allemaal teweeg brengt. Annika is blij dat ze zelf een baan heeft als medisch secretaresse in een ziekenhuis. Zorg blijft altijd, dus haar baan hopelijk ook. Ze besluit een grote pot thee te zetten en zet een serie op Netflix aan. Ze maakt zich zeker druk om haar medemens, maar nu is het tijd om even voor zichzelf te zorgen. Ze vist een reep Tony’s uit haar verstopplekje in de keuken en nestelt zich op de bank. Hier komt ze voorlopig niet meer vandaan.

*

‘Moet dit mam? Weet je hoe vroeg het is?’
‘Annabel, geen gezeur. In de auto stappen dan eten we onderweg een broodje. Door jouw getreuzel zijn we veel te laat.’
Het is inmiddels een week later en na veel gezeur heeft Annika, Annabel mee weten te krijgen naar haar vrijwilligerswerk. Het is vrij rustig op de weg, de voedselbank gaat net iets eerder open dan het winkelcentrum, dus er zijn nog maar weinig dagjesmensen op pad. De parkeerplaats bij de supermarkt staat wel bomvol. Wat is dat toch op de zaterdag? Is de supermarkt er op zondag of maandag of welke dag van de week er niet meer?
‘Wat wil je dat ik ga doen mam? Kijken hoe zielig die mensen zijn?’
Annika kijkt haar dochter aan en schudt haar hoofd. Wellicht was het geen goed idee om haar mee te nemen, haar dochter is nogal recht voor haar raap en ze wil niet iemand tegen zijn hoofd stoten. Vooral de klanten niet, die hebben het zwaar genoeg.
Ze parkeren de auto achter de voedselbank. De meeste vrijwilligers zijn er al, wanneer ze samen de kantine in komen.
‘Dit is mijn dochter Annabel, ze komt vandaag meehelpen.’
‘Ja, vrijwillig onder dwang. Maar goed, wie mag ik helpen?’ Annabel haalt haar schouders op en kijkt de groep rond.
‘Mij,’ roept Jan Willem. Jan Willem staat bij de houdbare producten, zoals pakken melk, rijst, soep en dergelijke. Ze gaan snel naar beneden, want wanneer Ingrid iets voor tienen de voordeur open maakt, staat er alweer een beste rij. De afspraak is om één persoon per gezin te sturen, maar steeds vaker komen er kinderen mee of zijn het de kinderen die de boodschappen voor het gezin komen halen. Het is flink doorwerken om alle gezinnen zo snel mogelijk hun boodschappen te geven en vooral om iedereen te kunnen voorzien van al het nodige. Rond een uur of twaalf sluiten ze opgelucht de deuren, het is weer gelukt.
‘Hoe vond je het?’ Annika vindt haar dochter ergens achter in de opslag. Wanneer Annabel haar opmerkt, slaat ze haar armen om haar heen. ‘Mam, het is zo verdrietig. Er was een meisje…net zo oud als ik… en die kwam eten halen voor het hele gezin…Toen ik vroeg waarom ze niet naar een goedkope supermarkt gingen, lachte ze me heel hard uit. Ik wist niets van haar situatie en ze draaide zich om. Toen zag ik pas dat ze bij mij op school zit,’ snikte Annabel.
Annika houdt haar stevig vast. ‘Ik weet het schat, het is verdrietig,maar we doen alles wat we kunnen, dat zie je toch ook?’ Annika probeerde de brok in haar keel weg te slikken.
‘Ja, maar ze wordt gepest op school en …ik…ben daar ook wel eens bij betrokken,’ stamelt Annabel.
‘Waarmee pesten jullie haar?’ Annika probeert begripvol te klinken. Puber zijn is niet makkelijk, je wilt niet degene zijn die gepest wordt, je wilt erbij horen, maar je wilt ook niet pesten.
‘Ze draagt vaak kleren dat tien jaar geleden ofzo hip was. Helemaal niets wat nu in de mode is.’
‘Nu weet je waarom lieffie. Niet iedereen kan zich die levensstijl veroorloven. Je weet dat wij ook hard moeten werken om je die luxe te geven.’
‘Ik voel me zo schuldig mam…’ Annika merkt dat Annabel nog steeds trilt van verdriet.
‘Het besef is er, dat was mijn doel. Niet om je van streek te maken. Kom, tijd voor thee.’ 
Het vaste groepje van vier blijft in de kantine hangen, de harde kern noemen ze zichzelf. Ze zijn er vanaf de eerste dag dat de voedselbank hier gevestigd werd en ze zijn er nog steeds.
‘Vond je het leuk om te helpen Annabel?’
Iets verlegen kijkt ze Henk aan. ‘Nou, leuk is het eigenlijk niet he.’
‘Nee dat is zeker waar.’
‘T Is zo verrot oneerlijk.’
‘Verrot oneerlijk…dat is het zeker meisje,’ Henk lacht om de samenvatting van Annabel.
‘Kun je ergens kleren halen als je niet zo veel geld hebt?’
‘Jawel, maar dat wil niet iedereen zo makkelijk als voedsel halen. Voedsel is toch essentiëler dan kleding.’
‘Dan komt omdat jij oud bent. Kleding maakt ook wie je bent hoor,’ Annabel zet haar handen in haar zij.
‘Annabel, let een beetje op je woorden.’ Annika kijkt streng naar Annabel.
‘Ze heeft gelijk mop, ik ben ook oud en heb daar geen verstand van. Wat zeg je ervan dat jij eens gaat bedenken hoe we de kinderen blij kunnen maken met nieuwe kleding.’ Henk zegt ‘nieuwe’ met van die haakjes met zijn vingers naast het hoofd.
‘Oh mijn god, je lijkt wel een suffe leraar zo,’ zegt Annabel terwijl ze Henk nadoet.
‘Annabel…’
‘Ik ga daar zeker iets mee doen Henk!’ en ze geeft hem een dikke knuffel. 

Het is een drukte van belang in huize Jonkman. Annabel heeft een flink aantal vriendinnen over de vloer en ze praten allemaal door elkaar heen aan de eettafel. Het is Annika haar vrije dag en op verzoek van Annabel heeft ze plaatsgenomen bij het bonte gezelschap.
‘Mam, wij willen je iets laten zien.’
Een tweetal vriendinnen komt uit de bijkeuken met grote vuilniszakken vol spullen.
‘Dit, zijn kleren die we allemaal niet meer dragen, omdat het niet meer past of omdat wij het niet meer mooi vinden.’
‘Oh, meiden.Het is allemaal nog hartstikke mooi. Wat gaan jullie ermee doen?’
‘Aan het meisje geven, die ik vorige week in de voedselbank zag. Ik wilde haar aanspreken op school maar ze liep steeds weg.’
‘Begrijpelijk, toch?’ Annika kijkt de groep meiden rond. ‘Jullie zouden je ook schamen voor leeftijdsgenoten denk ik als je in haar situatie zit?’
Alle meiden knikken bevestigend. ‘Daarom mam, gaan we zo naar haar toe met deze zakken vol spullen.’ 
Een klein traantje rolt over Annika haar wang. ‘Jullie zijn schatten.’
‘Hier moet het zijn, volgens de telefoonboom is dit haar adres. Ik vind het kei eng…’
‘Same…’klinkt het tegelijk uit de monden van de vriendinnen. Met ietswat knikkende knieeen, belt Annabel aan. Het verlegen meisje doet zelf open, tot opluchting van Annabel. Ze had niet geweten wat ze tegen de ouders had moeten zeggen.
‘Wat is er?’ fluistert het meisje, terwijl ze een blik over haar schouder werpt.
‘We hebben iets voor je. Het spijt ons dat we je gepest hebben. We wisten het niet…’
‘Wat is hier aan de hand!’ Een man komt met grote passen naar de deur. ‘Wie zijn jullie en wat komen jullie doen?’
‘Dit zijn ehm…’
‘Vriendinnen van school en we hebben spullen voor uw dochter meegenomen.’ zegt Annabel vriendelijk terwijl ze wijst op de zakken die haar vriendinnen bij zich hebben.
‘Iris heeft geen spullen nodig. Die heeft ze genoeg. Willen jullie gaan? We gaan zo weg.’ Hij draait zich abrupt om een beent weg.
‘Sorry, ik moet gaan…’
‘Wauw dat was bijzonder,’ de meiden staan wat ongemakkelijk voor de deur met hun zakken vol kleding. ‘Dit moeten we anders aan gaan pakken, kom meiden we gaan.’
‘Huh, hebben jullie alles weer meegenomen? Was ze niet thuis?’De meiden vertellen wat er is gebeurt en dat ze een ander plan gaan maken. 
De meiden pakken elk hun mobieltje erbij om op zoek te gaan naar opties.
‘Er zijn kledingbanken waar je kleding naartoe kunt brengen,’ zegt Eva, één van de vriendinnen van Annabel.
‘Nee, daar had Henk het ook over. Ik wil dat vooral kinderen, zoals Iris, gratis kleding kunnen krijgen. Bij zo’n kledingbank moeten ze ervoor betalen.’ Ze buigen zich allemaal weer over hun mobieltje. 
‘Ik weet het!’ Annabel springt enthousiast op van haar stoel. ‘We gaan een soort ruilbeurs opzetten. Dan weet A. niemand wie degene met minder geld is en B. iedereen krijgt andere kleding.’
‘Yes, Ann! I’m in. Zou dat op school kunnen?’  De meiden brainstormen er vol op los, nu ze weten wat ze willen. Annika loopt naar de keuken voor een grote pot thee. Ondertussen belt ze met Ingrid. 
‘Ik heb de locatie voor jullie geregeld meiden, het mag op een doordeweekse dag in de voedselbank,’ zegt ze trots terwijl ze de pot thee op tafel zet. Annika moet haar best doen om te blijven staan, want vijf meiden vliegen haar om de nek van dankbaarheid.

Één maand geven de meiden zichzelf om alles voor te bereiden. Er zijn posters gemaakt, die in winkels hangen en er worden berichten gedeeld op sociale media. Iedereen is welkom op de ruilbeurs, als ze ten minste één item meenemen om te ruilen. Ze mogen maximaal tien items weer mee naar huis nemen. Zo proberen ze zoveel mogelijk mensen te helpen. Op social media is het een trending item geworden. Diverse lokale media hebben al contact met de meiden gezocht voor interviews en zelfs de huis aan huisbladen hebben gratis voor hen geadverteerd. Annika is enorm trots op haar dochter en uiteraard haar vriendinnen. 

*

‘Schiet nou ooooopp!!’
‘Dit is een beetje de omgekeerde wereld Annabelletje.’ Haastig zoekt Annika haar autosleutels. ‘De deuren gaan pas over anderhalf uur open.’
‘Maaaam. Ik wil gewoon dat alles goed verloopt. Kom nu!’ roept Annabel terwijl ze met haar vingers tegen het deurkozijn tikt. 
De auto zit afgeladen vol met kleding en zelfs schoenen die niet meer gedragen worden. Wanneer ze bij de voedselbank zijn aangekomen blijken ze niet de enige te zijn met een auto vol. Alle meiden heeft volgeladen auto’s met kleding meegenomen.
‘Nu snap ik waarom we zo vroeg zijn Annabel, ‘ zegt Annika met een dikke knipoog. Met zijn allen werken ze hard om alle kleding naar binnen te dragen en over de kramen te verdelen. 
Wanneer de deuren opengaan kunnen ze niet bevatten wat ze zien. Honderden mensen druppelen langzaam binnen. Sommigen met zakken vol, anderen hebben keurig één item meegenomen. Bij het zien van de kwaliteit van de kleding, horen ze veel “oeh en ah’s”. Mensen zijn aangenaam verrast over de ruilactie en over de leuke items die ze vinden. Annabel is helemaal in haar element, ze helpt mensen met setjes kleding samenstellen en geeft advies hoe je dingen met elkaar kunt combineren, zodat je er helemaal van deze tijd uitziet. 
‘Je hebt een bijzonder kind.’ Een hand tikt daarbij op Annika haar schouder.
‘Dat heb ik zeker, bent u opzoek naar iets? Ik roep haar graag om te helpen.’
‘Nee,nee doe geen moeite. Mijn dochter is al op zoektocht. Ik ben Pieter,de vader van Iris. Uw dochter was laatst met een aantal vriendinnen bij mij aan deur en toen heb ik haar weggestuurd.’
‘Dat verhaal heb ik inderdaad gehoord. Mag ik vragen waarom?’
‘Ik schaam me voor onze situatie…Ik ben een zzp-er en door de crisis heb ik het moeilijk. Er komen veel minder opdrachten binnen dan voorheen en we hebben echt een tekort. Zit je dan met je goeie opleiding, bij de voedselbank. Ik wil niet dat mijn kinderen zich minder voelen.’
‘Oh Pieter. Niemand, maar dan ook niemand neemt je iets kwalijk. Zoveel gezinnen hebben het moeilijk. We moeten het samen doen, daarom bestaan de voedselbanken. Ik ben in ieder geval blij u hier te zien.’
‘Ik ook. Zoveel mensen, zoveel ontzettend blije gezichten.’
‘Zoveel mensen, die in precies dezelfde situatie als uw gezin zitten.’
‘Pap, kijk eens.’ De dochter van Pieter draait stralend een rondje voor haar vader.
‘Heb ik uitgezocht. Mooi he?’ Annabel komt trots bij het gezelschap staan.’ Kom dan gaan we nog meer setjes maken Iris.’
‘Ik geloof dat ik straks mijn excuses moet maken aan uw dochter en haar vriendinnen , ik had ze niet zo mogen behandelen aan de deur. Wat een toffe actie hebben ze georganiseerd en wat een lieve meid is uw dochter, met een goede smaak.’ Hij wijst stralend naar zijn dochter met haar nieuwe outfit. 
‘Dat u hier bent met uw dochter, dat lijkt me genoeg. Ga lekker naar haar toe en wees alstublieft niet te streng voor uzelf. Hulp vragen is niet erg, want samen staan we sterk.’ 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *